Wat valt onder binnenriolering
Binnenriolering is alles wat binnen de buitenmuren van het gebouw ligt. Daaronder vallen de sifons van wastafels, douches, baden en aanrechten, de toestelleidingen naar de muur, de verzamelleidingen in vloeren en schachten, de standleiding of standleidingen en het liggende deel onder de begane grondvloer of in de kruipruimte. Ook de ontluchting die vanaf de standleiding door het dak loopt en eventuele beluchters horen erbij.
Binnenriolering ligt grotendeels uit het zicht: in leidingschachten, achter voorzetwanden en in dekvloeren. Dat maakt een goede aanleg extra belangrijk. Een te klein afschot, een te krappe bocht of een ontbrekende ontluchting merkt u jaren later nog in de vorm van traag weglopend water, een gorgelende afvoer of rioollucht in de badkamer.
Wat valt onder buitenriolering
Buitenriolering, in normen ook perceelriolering genoemd, begint waar de leiding de gevel passeert en loopt onder tuin, terras of oprit naar de erfgrens. Op dit deel sluiten vaak ook regenpijpen, putjes op het terras en soms een drainage aan. De leidingen liggen meestal op 60 tot 80 centimeter diepte, onder de vorstgrens, en hebben bij een woning doorgaans een diameter van 110 of 125 mm. Het afschot is buiten meestal flauwer dan binnen, omdat de leiding over een grotere afstand moet overbruggen en toch diep genoeg moet blijven.
Omdat buitenriolering in de grond ligt, krijgt het te maken met andere invloeden dan binnenriolering: zakkende grond, boomwortels die via de moffen naar binnen groeien, zware belasting door auto's op de oprit en in oudere wijken soms gres of beton dat aan het einde van zijn levensduur komt. Bij aanleg van een nieuwe oprit, een uitbouw of een tuinrenovatie is het daarom verstandig eerst te weten waar de leiding loopt, zodat die niet onder een fundering of zware bestrating verdwijnt.
Waar ligt de grens precies
Technisch gezien ligt de overgang van binnen naar buiten bij de gevel of de fundering. In de Nederlandse norm NEN 3215, die de gebouw- en perceelriolering beschrijft, vormen binnen- en buitenriolering samen het deel dat bij het perceel hoort. Voor de verantwoordelijkheid is een andere grens belangrijker: de erfgrens. Tot daar is de riolering meestal van de eigenaar, daarna begint de gemeentelijke huisaansluiting.
In veel gemeenten markeert een ontstoppingsput of erfscheidingsput die overgang. Heeft uw woning geen put op de erfgrens, dan hanteert de gemeente meestal de kadastrale erfgrens. De regels verschillen per gemeente, dus het rioleringsplan of de klantenservice van de gemeente geeft het definitieve antwoord. Bij een verstopping is dat onderscheid praktisch van belang: zit de oorzaak aan de straatzijde van de erfgrens, dan is het in veel gevallen de gemeente die het oplost.
Verschillen in materiaal en aanleg
Binnen en buiten worden andere eisen aan leidingen gesteld. Binnen draait het om comfort en veiligheid: een leiding mag geen hinderlijk geluid maken in een slaapkamer en mag geen rioollucht doorlaten. Buiten draait het om sterkte en stabiliteit, omdat de buis jarenlang in bewegende grond ligt. De belangrijkste verschillen op een rij:
- Binnenriolering moet geluidarm, brandveilig en goed ontlucht zijn; buitenriolering moet vooral bestand zijn tegen gronddruk en verkeersbelasting.
- Binnen ligt PVC, PP of in oudere gebouwen gietijzer; buiten PVC met een hogere ringstijfheid, gres of beton.
- Binnen zijn bochten vaak kort en talrijk; buiten liggen lange rechte stukken met flauwe bochten.
- Binnen bereikt een monteur de leiding via sifons en ontstoppingsstukken; buiten via de ontstoppingsput of een inspectieput.
Typische verstoppingen binnen en buiten
Binnen ontstaan verstoppingen meestal dicht bij het toestel: haren en zeepresten in de douche, vet en etensresten in de keukenafvoer, te veel papier of vochtige doekjes in de wc. Die zitten vaak in de sifon of in het eerste stuk toestelleiding en zijn met een veerapparaat goed te verhelpen. Loopt één toestel traag terwijl de rest normaal werkt, dan zit de oorzaak bijna altijd binnen.
Buiten gaat het eerder om opgehoopt vet dat over vele meters een laag vormt, zand en slib dat via een kapot stuk binnenkomt, wortelingroei bij de moffen of een verzakking waarin water blijft staan. Een camera-inspectie laat dan zien wat er werkelijk aan de hand is, zodat reinigen, frezen of repareren gericht kan gebeuren.
Zo helpt Bosmans bij binnen- en buitenriolering
De rioolmonteurs van Bosmans Rioolservice werken aan beide kanten van de gevel. Met veer- en hogedrukapparatuur maken ze sifons, standleidingen en grondleidingen vrij, met een inspectiecamera brengen ze het traject tot aan de erfgrens in beeld en waar nodig volgt reiniging, een gerichte reparatie of relining. U hoort vooraf het tarief, het voorrijden is vanaf 45 euro en op het werk krijgt u 2 jaar garantie, op relining zelfs 10 jaar.
